Cadzand strandexcursie 2015

Haaientanden
Er valt een bericht in mijn mailbox.
Afkomstig van de Paleobiologische Kring.
Ze gaan in de buurt van Cadzand haaientanden zoeken.
Op jacht naar het Zwarte Goud” lees ik verlekkerd in de mail.
Natúúrlijk ben ik bij zoiets prikkelends van de partij!
Mijn verhouding met het fenomeen haaientanden is wat ongemakkelijk. Regelmatig schep ik prehistorisch botmateriaal van het Maasvlaktestrand. Van pleistocene bevers, herten, neushoorns of mammoeten. Al dan niet wolharig. Bij buitenlandse reizen wil er in de vakantiebagage nog wel eens een zelf gescoord ammonietje of belemnietje mee naar huis komen. Maar een echte, ónvervalste haaientand heb ik nog nóóit ergens weten te verschalken….
Cadzand, “die beroemde vindplaats van fossiele haaientanden“, volgens de Paleobiologische fossielenkenners, staat bekend als een schatkamer voor de driehoekige kostbaarheden. Menige geo-liefhebber is zijn verzameling met zulk fossiel gebitsmateriaal begónnen. Herkenbaar en gemakkelijk te vinden.
Zegt men….
Een van mijn eerste binnenlandse paleontologische strooptochten leidde dan ook naar de punt van Zeeuws-Vlaanderen. Het meest Belgische stukje Nederland.
Na een klantbezoek in het dorpje Hoofdplaat schoten er nog enige uurtjes over. Genoeg voor een expeditie richting Cadzand-aan-het-Zwin.
Daar aangekomen bleek het haaienmekka niet moeilijk te vinden. Een bronzen tand van minstens een meter hoog bij de strandopgang wees mijn begeerte direct in de juiste richting.
Een flinke hand vol…. leek me tussen de kreken van het prachtige Zwinlandschap een redelijke doelstelling. Relaxed zoeken in het zonnetje onder ideale omstandigheden.
Wat wil een geozoeker nog meer?
Toch reed ik drie uur later gedesillusioneerd door de Westerscheldetunnel huiswaarts. Zónder één spoor van het driehoekige zwarte goud…..
En nu dan opeens deze mail….
Van een Paleobiologische Kring had ik niet eerder gehoord. Terwijl de meeste geo- en paleo-organisaties mij intussen wel bekend zijn. Zeker als ze excursies organiseren naar veelbelovende zoekplekken.
Een snel bezoekje aan Google levert informatie op: De Paleobiologische Kring is onderdeel van het Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap en organiseert activiteiten voor (semi-) professionele paleontologen uit Nederland en Vlaanderen.
De place to be is Nieuwvliet volgens de mail. Nieuwvliet-Bad om precies te zijn. De kosten zijn schappelijk. Daarvoor krijg je ook nog eens twee interessante lezingen toe.
Betere tandenzoekers dan ik gaven aan dat Cadzand al lang niet meer de beste zoeklocatie aan het Zeeuws-Vlaamse strand is. Misschien vanwege de mogelijk aanzuigende werking van het eerder genoemde bronzen reuzen(s)tandbeeld aldaar?
Natuurlijk meld ik mij direct voor het evenement aan. Na het eerdere zoekdebacle wil ik een revanche. Samen met de echte experts het strand afstruinen dat zij zelf hebben uitverkoren. Vandaag ga ik eindelijk zulke driehoekige, zwartglanzende kwelgeesten vinden!
De meteorologische omstandigheden op de dag zelf zijn verre van ideaal. Van Brielle tot Terneuzen klettert de regen op mijn voorruit. Pas voorbij Oostburg klaart het op.
Eenmaal bij de afgesproken ontmoetingsplaats aangekomen is het zelfs droog. Bij strandpaviljoen “De Boekanier” neem ik voorzorgshalve toch mijn regenponcho mee naar binnen.
Een korte survey in en rond het etablissement leert dat ik de eerste ben. Terwijl ongeveer dit tijdstip was afgesproken voor de gezamenlijke lunch. Samen met het geo-echtpaar dat na mij binnenkomt nestelen we ons aan een tafeltje.
Speciaal voor jullie groep gedekt“, meldt de serveerster als ze even later onze bestellingen opneemt. Juist voordat we aan onze uitsmijters beginnen dendert de hele paleobiologische meute het etablissement binnen. Iedereen strijkt neer aan onze tafel en volgt ons voedzame voorbeeld. Met een gevulde maag zoekt het straks nu eenmaal beter.
Na de maaltijd kondigt Gino Smeulders van de Kring de beloofde lezingen aan. Buiten is het nog altijd droog, al pakken vanuit België steeds meer donkere wolken samen boven ons zoekstrand. We bestijgen de zanderige trap naar het bovenzaaltje. Daar staan beamer, scherm en een (te klein) aantal stoelen klaar.
Peter Moerdijk bijt het spits af met zijn lezing over Neogene mollusken uit de Nederlandse bodem. Het verhaal achter die “gewone” strandschelpen blijkt veel rijker te zijn dan ik als schelpkundige leek op het eerste gezicht dacht. Als Djordy Rondelez zijn verhaal over de haaientanden begint, kletteren de eerste druppels neer op het paviljoen. Binnen kijken we verlekkerd naar de driehoekige zwarte kostbaarheden die Djordy op het scherm tovert. En live in zijn meegebrachte vitrines op tafel heeft uitgestald. Mijn blik waart even door de regendruppels heen naar buiten. Wat zou dáár straks niet allemaal op ons liggen te wachten?…..
Dan is het zo ver! We worden vol verwachting losgelaten op het strand. Gewapend met poncho, schep, rugzak en plastic tas schatgraven bij de aangewezen hotspots. Tussen de wind- en regenvlagen klinken al snel de eerste overwinningskreten. Overal toegestoken handen die trots hun zojuist gevonden kleinoden tonen. In alle soorten en maten.
Wacht maar, mijn tijd komt nog…“, spreek ik mijn nog maagdelijk lege handen bemoedigend toe. Maar terwijl de regen afneemt en de tijd doortikt, begint zich langzaam een lichte twijfel aan me op te dringen.
In het hol van de haai en wéér niks vinden? Dat gaat me vandaag niet gebeuren! dam ik het onzekere gevoel van binnen nog een tijdje in.
Elke juichkreet om me heen geeft nieuw elan om verder te speuren. Schelpenbank na schelpenbank. De zoektocht naar dat éne, kostbare tandje lijkt steeds uitzichtlozer. Een speld in een hooiberg vinden is gemakkelijker.
Dan klinkt het eindsignaal. Alle paleobiologische speurders begeven zich langzaam terug naar De Boekanier. Nu valt de verschrikkelijke waarheid niet langer te ontkennen. Op enkele vreemde steentjes (of botjes, dat moet nader onderzoek uitwijzen) na blijft mijn missie vandaag opnieuw haaien-tande-loos. Met het schaamrood op de kaken slenter ik mee terug. Al die plagerige schelpenhopen aan de vloedlijn lijken het er nog eens extra in te wrijven….
Plotseling krijg ik een gouden ingeving: Neem dat schelpengruis gewoon méé. Kun je op je gemak thuis verder zoeken….
Dus verdwijnen er even later handenvol strandmateriaal in mijn lege plastic tas. Tot die niet meer te tillen is.
Als de schemering invalt is ook de tijd gekomen van het onvermijdelijke afscheid. Sommigen (waaronder ikzelf) stellen dat moment graag nog even uit. Nagenietend van een goed bestede dag, met een hapje en een drankje. Op het strand bezig geweest met een leuke groep mensen. Wat wil de oprechte natuurvorser nog meer?
Terug richting Westerscheldetunnel staat er een boordevolle plastic tas tussen de autobanken.
De inhoud levert enkele weken later niet alleen muizenkiesjes op. Met gedegen onderzoek weet ik zowaar enkele onvervalste, zwartglimmende haaientandjes veilig te stellen……
Bij deze dan ook met terugwerkende kracht: mijn dank aan de Paleobiologen voor een wel zéér geslaagde excursiedag….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s