Kampeerverhalen uit engeland…(1998)

De Hoverspeedfunctionaris kijkt een beetje moeilijk naar het passagebiljet dat ik hem onder de neus houd. In plaats van ons door te wenken naar de verderop al klaarliggende Sea-Cat bladert hij door een papierberg in zijn glazen hokje. Vervolgens houdt hij een tijdje ruggespraak met zijn telefoonhoorn. Blijkbaar is er wat aan de hand. Zijn onze tickets niet in orde of ziet hij aan de Kip-caravan dat deze langer is dan op het passagebewijs vermeld staat?
“Er zijn technische problemen met de Sea-Cat. Zeker twee uur vertraging,” meldt de man zich weer bij ons.
Onze gezichten betrekken. We wilden een beetje bijtijds thuis zijn vanavond, maar nu wordt het waarschijnlijk nachtwerk.
“Ik kan jullie overzetten op een Seafrance-ferry,” oppert de lokettist hulpvaardig.
Willen we nog op tijd aan de overkant zijn, dan moeten we het aanbod maar accepteren.
Zo rijden we een half uur later onze combinatie een ander scheepsruim binnen dan de bedoeling was. In tegenstelling tot de uitgevallen Sea-Cat heeft dit schip werkende liften, zodat we zonder al te veel moeite een plek bereiken in de fast-food lounge.
Niet veel later varen we het zeegat uit. Tijd genoeg om aan de afgelopen weken terug te denken.

Wat trok me zo aan in Groot-Brittannië, dat tegendraadse eiland aan de overkant van de Noordzee? Het regent er bijna altijd, het is heel duur, en er wonen eigenaardige mensen die ook nog eens aan de verkeerde kant van de weg rijden.
Jeannet was nooit enthousiast, wanneer ik het eiland als vakantiebestemming voorstelde. Geduldig vatte ik dan telkens weer mijn argumenten samen: Dat je nergens zo makkelijk contact met de inwoners legde en dat het met de regen best meeviel. Zeker als we een beetje in het zuiden bleven.
“Er groeien daar zelfs palmen!”
Dit jaar trokken zulke argumenten haar over de streep. Zodat we vier weken geleden, in Dover, onze eerste roundabouts met de klok mee reden. Het begin van een ontdekkingsreis langs de Engelse zuidkust. Een lang gekoesterde wens!

Ik kan me van mijn vroegere brommer- en liftvakanties in het Engelse niet herinneren, dat het vinden van een camping moeilijk was. Naast een stacaravan of achter de cowshed, altijd had een gastvrije kampeerbaas wel plek voor twee gemotoriseerde scholieren en een sheltertje. Maar dat was in 1970 in de Midlands en Wales. Nu is het 1998 en zijn we met die aangepaste Kip van ons in Hampshire en Dorset. In bijna dertig jaar is het een stuk drukker geworden.
Het is hoogseizoen als we ons melden op de “Harrow Wood Farm” in Bransgore, aan de rand van het New Forest. Een heel mooie camping, volgens de ANWB-beschrijving. De caravans staan rondom een driehoekige grasvlakte, glad geschoren als ware het een cricketveld. Op betonplaten, zodat het heilige gras niet heeft te lijden. Het territorium van de grasmaaier staat in schril contrast met de ruige natuurweide er vlak naast. Nieuwsgierig staan enkele ponies met hun koppen over het roestige prikkeldraad gebogen.
Eén plateau vooraan is nog leeg. Ernaast zien we, door de drie frontramen van een zeven meter lange Elddis, de trotse bezitter op zijn pluchen bankstel zitten. Achter hem staat nog een hele rij paleizen-op-wielen opgesteld, strak in het gelid. Allemaal met dezelfde rudimentaire erkerramen, en allemaal met dezelfde trotse “my-home-is-my-castle”-eigenaren.
Er speelt een oude songtekst in mijn hoofd die, vrij naar The Kinks, het tafereel treffend weergeeft:

“Now that you’ve found your paradise
This is your kingdom to command
You can go outside and polish your van
Or sit by the window in your Shangri-La

Here is your reward for working so hard
Back are the lavatories in the backyard
Back are the days when you dreamed of that van
You just want to sit in your Shangri-La

And all the caravans in this street have got a name
Cos all the caravans in this street they look the same……………………………”

Achter het geordende terrein, buiten het bereik van de elektrakabel, ligt een wat informeler veldje. Plek zat, maar geen stroom. Tussen de kriskras opgestelde tenten zie ik nogal wat Hollandse De Waards. Mensen zoals wij, die niet zonder energiepaal kunnen, hebben pech.
“I’m terribly sorry”, deelt de eigenaresse ons mee, “It’s fully booked.”
Het wordt druk, de schoolvakanties zijn juist begonnen. We voelen er weinig voor om op zoek te gaan naar een alternatief. De vrouw stelt een compromis voor. Maximaal drie nachten op haar Farm. We gaan accoord, waarop ze onze Kip de vrije betonplaat naast de Elddis aanbiedt.

Op het winderige achterdek van de “Seafrance Cézanne” volg ik de witte hekgolven terug naar de kleiner wordende krijtrotsen van Dover. “Douvres” in de taal van dit schip.
“Love forever, I’ll be waiting,
everlasting, like the sun…”

dragen de Spice Girls via de luidspreker bij aan mijn weemoed over een voorbije vakantie. Daarbij geholpen door de mist, die komt opzetten. Ik sta aan de railing en denk terug aan de plaatsen waar we geweest zijn.

Aan Dorset bijvoorbeeld. Net zo populair als het New Forest, merken we al snel.
Op de grote familiecamping “Wareham Forest Park” is nog één plekje vrij. Maar ik moet de vijf beschikbare nachten direct met de receptioniste afrekenen. Boter bij de vis.
We hebben vrijwel geen flappen met Elisabeth meer in kas, maar willen toch neerstrijken. Dus zoek ik die zaterdagmiddag in Poole, 15 miles terug, vertwijfeld naar een vrije parkeerplaats en een geldgleuf in de muur.
De Kip staat op een grasveldje dat niet gelijk onderloopt na een overvloedige regenbui. Ondanks het niet zo meewerkende weer genieten we volop van Dorset. We zoeken in de heuvels bij Cerne Abbas vruchteloos naar een witte stenen reus met nogal opvallend geslachtsdeel. Als het te nat is voor het zwanenreservaat van Abottsbury of het schiereiland Portland, fourageren we onze leeftocht bij elkaar in de Asda-hypermarkt van Wymouth. Gelijk met de zon komt ook de dag van vertrek. We moeten plaats maken voor de gast, die onze plek geboekt heeft. Om half tien surveilleert er al een volgepakte Ford langs m’n caravan.
“Hij houdt zijn gemak nog maar even,” stelt Jeannet vast, “na de koffie is hij de eerste.”
We vervolgen ons inpakwerk. “Er is toch tijd tot twaalf uur?” informeer ik voor de zekerheid bij de Engelse buurvrouw. Ze knikt instemmend. Maar het is nog geen half elf als de nieuwe huurder opnieuw voor onze neus staat, dit keer in het gezelschap van de campingbaas. Die laatste heeft wel vaker met dit bijltje gehakt.
“Of we als de bliksem weg willen wezen,” bijt hij ons toe.
“Ten o’clock, en geen minuut later. Kun je de reglementen op de toiletdeuren niet lezen!”
De man zal wel gelijk hebben. Ik herinner me alleen de spreuk: “Do you want a cool surprise? Pull the chain before you rise” uit zijn sanitair, maar vergeet dat ad-rem tegen te werpen.
“Alsjemenou! Van de camping getrapt….”
Als-een-hónd!” zou mijn vader zeggen.
Gedwee haak ik de Kip achter onze Vito, en we verlaten schielijk het ongastvrije terrein, nagezwaaid door onze buren.

Dat deze ervaring niet representatief is voor Engeland, ervaren we op camping “Dartmoorview” in Whiddon Down, aan de noordrand van het bijna gelijknamige natuurpark.
De aardige gastvrouw in het piepkleine kampwinkeltje annex receptie sluit vriendschap met Joost zodra ze hem ziet. En met zijn vader. Ze wijst ons een uiterst ruime grasplek, recht tegenover het zwembad. Op deze mooie schone camping staan vrij veel stacaravans. Voor de trekkers blijft er voldoende plek over. We mogen zo lang blijven als we willen, geboekt of niet. Dat is nog eens service. Zelfs de zon doet z’n best!
Het welzijn van de gasten gaat het beheerdersechtpaar voor alles. Op een avond krijgen we op ruime afstand buren. Onze gastvrouw voelt zich zelfs daar schuldig over. “Sorry, it’s only for one night,” zegt ze, terwijl ze een hand op mijn schouder legt.
Met een hele goeie indruk pakken we later in. We komen zeker nog eens terug!

De Seafrance-ferry is inmiddels op volle zee. Binnen doen de meeste opvarenden zich te goed aan een snelle hap of terroriseren de flipperkast. Er is bijna niemand meer op het winderige achterdek tussen de twee hoge schoorstenen. Cap Griz Nez aan de Franse kant komt in zicht. Erboven vormen zich dreigende regenwolken. De Cézanne deint licht en helt over als er kort achter elkaar twee P&O-ferries voorbijkomen. Ik laat mijn vakantieherinneringen weer de vrije loop.

We hebben nog veel meer leuke ontmoetingen gehad. Op “Porthtowan Touring Park” bijvoorbeeld, aan de kust van Cornwall, treffen we een aardige Engelse. Lang haar en lange rok. Ze blijkt met een Hollander getrouwd. Dat is een vlotte babbelaar met dito zonnebril, die meer met zijn gsm’etje op heeft dan met zijn vrouw en zijn (voormalig) vaderland. Overal waar je hem tegenkomt, staat hij met de rechterhand aan het oor in het zwarte plastic te praten. Als hij niet telefoneert, vliegert hij. Een lekker agressief deltavliegertje snort dan aan twee lijnen in alle richtingen door het luchtruim boven de camping.
“Die heeft zijn vrouw voor hem gekocht; kan ze ook eens bellen,” suggereren Bob en Ruth, een aardig stel uit Londen, als we ze uitnodigen voor een borrel.
Twee dagen later hangen er wel vier delta’s in de lucht, waaronder een in allerijl in Saint Yves gekocht exemplaar van Jaco. De snelle zakenjongen leert alle nieuwbakken piloten hoe ze hun vlieger in de lucht moeten houden. Vrouwlief zit intussen voor de tent toe te kijken. Met de gsm aan haar oor.
Zelfs op onze laatste camping, “Ashfield Farm” bij Canterbury, leggen we nog contact met de buren, Chris en Maggie uit Birmingham. Hij is ziekenhuis-manager en zij zit in de pleegzorg. Samen met hen brengen we de laatste twee vakantie-avonden in de zithoek van onze Kip door. Het ziekenhuis en Jeannet’s handgemaakte kaarten leveren genoeg gespreksstof.

Inmiddels is het gaan regenen. Rechts varen we langs het havenhoofd van Calais, links zie ik in een wolk van water de hovercraft voorbij stuiven.
Engeland mag dan, net als het Continent, drukker en zakelijker geworden zijn, de sfeer die me vroeger zo aantrok is er nog. Net als de aardige mensen en het parkachtige landschap. Zelfs het weer werkte mee.
“Een geslaagd weerzien”, concludeer ik.
“Willen de bestuurders zich weer naar hun voertuigen begeven,” kraakt de luidspreker.
Ik verlaat het lege achterdek. Het wordt tijd om binnen de rest van het gezin op te zoeken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s