Sea-Cat (vakantie 1998)

Achter de catamaran spuiten twee witte waterstralen weg, die zich enkele tientallen meters verderop verenigen tot een enkele hekgolf. Krijsende meeuwen cirkelen rond, bedelend om iets lekkers. In de verte varen voor een smal strookje Franse kust de twee zojuist ingehaalde P&O-Stena-ferries. Het is er dan eindelijk van gekomen. Ik ben met Jeannet en de kinderen op weg naar Engeland! Eigenlijk zijn we grijsvaarders.
In Frankrijk is alles goedgegaan. Ik meldde me in de haven met ons te goedkope ticket bij de Hoverspeed-controleuse. Met een blik, alsof ik van Bill Clinton geen kwaad wist. Het “special offer”-biljet was bedoeld voor caravans tot 6,50 meter, en de Kip Grey-line achter de auto is veel langer. Maar ze inspecteerde alleen de paspoorten en wuifde ons door. Nergens iemand in de rol van Kenneth Starr, om de fraude triomfantelijk aan het licht te brengen. Andere moeilijke situaties voor caravan-combinaties waren er niet op de kade. Geen scherpe bochten of gevaarlijk puntige hekwerken, op weg naar de buik van de klaarliggende catamaran “Isle of Man“. Ik had meer geluk dan die onfortuinlijke Zweed, die jaren geleden, op weg naar een ander seacat-ruim, zijn caravan voor onze ogen van voor tot achter opentrok. Toch kwamen we niet helemaal schadevrij uit Calais weg. Een moeilijke keermanoeuvre voor de ingang van de Camping Municipal, liet een -letterlijk- onvergetelijke indruk na in het plastic achterwerk van ons rijdend vakantieverblijf.

De trapperige Sea-Cat zou beter aangepast zijn voor gehandicapten dan het bejaarde, maar gelijkvloerse luchtkussenvaartuig dat hij in de toekomst moet gaan vervangen. Dat beweerde de dienstdoende werkstudent aan de reserveerlijn van Hoverspeed toen ik m’n boeking doorgaf. Voor onze wielende Joost vormen de trapjes omhoog naar de passagiersverdieping bijna onneembare obstakels. De nog vrij nieuwe catamaran ziet er, met zijn vlekkerige vloerbedekking en diverse kapotte stoelen, al tamelijk uitgewoond uit. Alsof er een leger hooligans langs is geweest!. Ook de rolstoelliftjes aan boord doen het niet meer. We hijsen Joost naar de morsige vliegtuigstoelen langs de panoramaruiten opzij, maar zien daar vervolgens, vanwege het opspattende buiswater, weinig. Als blijkt dat je op het achterdek ook aardig uit de wind staat, besluiten we daarheen te verkassen. Na een nieuwe hijspartij met Joost vinden we tenslotte een plekje met uitzicht op het Kanaal. Daar komt, in een wolk van waterdamp, juist een brullende hovercraft voorbij stuiven. Het oudje is veel later vertrokken dan wij, maar is aanzienlijk sneller aan de overkant. Als wij onder de White Cliffs of Dover aanleggen, ligt de “aeroglisseur” alweer klaar om te vertrekken. We zien bij het ontschepen een nieuwe inspanning met Joost’s rolstoel over de smalle trappen niet zitten, en splitsen het gezin. Jeannet en Joost nemen de hellingbanen voor voet- en rolpassagiers, terwijl Jaco en ik het autodek opzoeken. Ik rij met de stroom mee het scheepsruim uit, en pik een eindje verder de rest van het gezin op.
Onder Tony Blair lijkt de Britse gastvrijheid tegenover bezoekers van het vasteland toegenomen. We verlaten zonder de vroeger gebruikelijke controles het haventerrein, op weg naar de verkeersdrukte van Dover.
“Oh, ja,” denk ik plotseling. “Even opletten nu!”
Ik stuur de Mercedes op tijd naar de linkerkant van de weg, om onmiddellijk vast te lopen in een file. Een nostalgische gietijzeren brug wordt juist voor onze neus opengedraaid. Dit is nou dus Engeland. . .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s